uartet
Sara, Jacopo, Jonas en Antoinette leerden elkaar in verschillende hoedanigheden kennen op de conservatoria van Utrecht en Amsterdam en werkten al enige tijd samen in verschillende ensembles, zoals Furor Musicus en de Nieuwe Philharmonie Utrecht, voordat ze in 2022 het Gut Strijkkwartet oprichtten. Het Gut String Quartet richt zich voornamelijk op vroeger en minder bekend repertoire voor strijkkwartet. In het project ‘In Copisteria del Conte’ maakten ze hun opnamedebuut door de twee aan Hoffmeister toegeschreven kwartetten van Pietro Nardini op te nemen. Het album ‘In Copisteria del Conte’ is uitgebracht in het najaar van 2024.‘In Copisteria del Conte’ they made their recording debut by recording the two quartets by Pietro Nardini attributed to Hoffmeister.
Antoinette Lohmann is altijd actief geweest op uiteenlopende muzikale terreinen en werkte met vele verschillende ensembles en orkesten. Thans is zij vooral actief op het terrein van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk als violist en altviolist en legt daarnaast een grote interesse aan de dag voor minder gangbare instrumenten, zoals de viola d’amore, de viola pomposa, de violino piccolo, de tenorviool en de klompviool aan de dag. Zij heeft een voorliefde voor onbekend repertoire, met een speciale voorkeur voor Nederlands repertoire. Zij bracht CD’s uit met sonates van Joseph Martin Kraus, Margarethe Danzi en Belle van Zuylen. Met het in 2008 door haar opgerichte ensemble Furor Musicus bracht zij verschillende opnamen uit, waaronder de vioolsonates opus 1 & 2 van de 18e eeuwse Nederlandse barokcomponist Jacob Nozeman en een CD met bewerkingen en reconstructies van werk van J.S.Bach. Phantasia Musica, een CD met onbekend 17e eeuws repertoire en de CD met virtuoze vioolsonates van de Nederlandse 18e-eeuwse componist Pieter Hellendaal mochten zich beide in juichende kritieken in de nationale en internationale pers verheugen. In september 2020 is de CD met werken van Johann Fischer uitgekomen. Antoinette is als docent historisch viool en -altviool verbonden aan de conservatoria van Utrecht en Amsterdam. Ook geeft zij regelmatig cursussen en speelt zij met de meest uiteenlopende ensembles over de hele wereld
Jonas Krebs Jonas Krebs speelt viool en altviool en houdt ervan om barokke, klassieke en romantische muziek uit te voeren. Hij kreeg zijn eerste vioollessen aan het conservatorium van Zürich en Lausanne en studeerde later aan de Hochschule der Künste Bern bij Corina Belcea, Meret Lüthi (barokviool) en Prof. Kai Köpp (onderzoek) waar hij in 2022 cum laude afstudeerde.
Jonas richt zich momenteel op zijn studie historische uitvoeringspraktijk aan het Conservatorium van Amsterdam in een masteropleiding.
Hij speelt regelmatig in ensembles als Les Passions de l’Âme, Anima Eterna, het Orkest van de Achttiende Eeuw, Holland Baroque, arte frizzante en in verschillende kamermuziekgroepen. Jonas deed inspiratie op in masterclasses met Mayumi Hirasaki, Petra Müllejans, Rachel Podger, Reinhard Goebel, Hansheinz Schneeberger en Sigiswald Kuijken. Naast zijn interesse in verschillende stijlen en onderzoek naar de uitvoeringspraktijk, brengt Jonas graag de muziek van het verleden naar het heden. Hij speelt op een viool die rond 1715 door Pieter Rombouts in Amsterdam werd gebouwd
Sara de Vries Sara studeerde aanvankelijk psychologie, maar enkele jaren na het behalen van haar bachelor richtte ze zich op een studie historische viool met bijvak altviool. Ze studeerde bij Antoinette Lohmann en in 2017 deed ze zeer succesvol eindexamen voor haar master aan het Utrechts Conservatorium. Sara speelt regelmatig als violist en altviolist met de Nieuwe Philharmonie Utrecht, Barokopera Amsterdam en ensembles in het buitenland zoals Cantus Thuringia en Oslo415. Ze maakt graag kamermuziek en heeft veel plezier in het vervullen van de verschillende rollen in ensembles, op zowel viool als altviool. Ze richt zich met haar strijkkwartet en -trio op onbekender achttiende-eeuws en vroeg negentiende-eeuws repertoire.
Jacopo Ristori Jacopo behaalde zijn diploma in Genua bij Nevio Zanardi en zijn masterdiploma in Alessandria bij Claudio Merlo in 2010. Belangrijk was de ontmoeting met Antonio Meneses bij wie hij twee jaar studeerde en zijn technische en muzikale vaardigheden verder verbeterde. Jacopo werkte jarenlang in Italië als freelance cellist en ontwikkelde gedurende die periode belangstelling voor de historische uitvoeringspraktijk.
In 2016 verhuisde hij naar Nederland om bij Viola de Hoog aan het Utrechts Conservatorium te studeren. Tijdens zijn studie in Utrecht studeerde Jacopo ook violone in G om de rol van de bas in de 17e-eeuwse muziek beter te kunnen benaderen – de cello is een relatief nieuw instrument. Jacopo heeft evenwel een voorliefde voor 19e-eeuws repertoire en experimenteert hier graag mee vanuit een historisch perspectief. Jacopo woont tegenwoordig in Nederland waar hij als freelancer werkt met verschillende ensembles zoals Concerto Köln, Apollo Ensemble, Amsterdam Baroque Orchestra en de Nieuwe Philharmonie Utrecht onder leiding van Johannes Leertouwer. Jacopo speelt op een Zuid-Duitse cello, gebouwd rond 1780
Projecten
Het stijkkwartet in de 'Mannheimer Schule'
Onder het bewind van Koorvorst Carl Theodoor ontwikkelde het Mannheimer Hof zich tussen 1743 en 1778 tot een belangrijk cultureel centrum, waar ruimte was voor de ontwikkeling van een buitengewone orkest- en compositie-traditie. Johann Stamitz (1717-1757) werd in 1743 concertmeester van de hofkapel en wordt gezien als de muzikale grondlegger van wat wij thans de Mannheimer Schule noemen. Onder zijn leiding groeide de hofkapel uit tot het meest geprezen orkest van Europa van zijn tijd. Een deel van de musici begon als Accesist (leerling) in het orkest, zoals de violisten en componisten Cannabich, von Winter, Fränzl en Stamitz’ eigen zoons Anton en Carl. Veel orkestleden componeerden ook voor het hof, hiervoor bestond een duidelijke taakverdeling. De aan het hof opgroeiende kinderen van orkestleden belandden vaak ook weer in het orkest. Het orkest leidde feitelijk zijn eigen musici op en speelde eigen muziek, waardoor een van binnenuit opgebouwde eenheid en stijl kon ontstaan. Met de verhuizing van het Hof naar München in 1778 raakte de kapel verbrokkeld.
Alhoewel de stijl van de Mannheimers in de boeken wordt geschaard onder de zg. Vorklassik, een nogal merkwaardige classificatie, die vermoedelijk vooral voortkomt uit het feit dat men nu eenmaal heeft besloten dat de klassieke stijl wordt bepaald door een aantal beroemdere grootheden, zoals Mozart en Haydn, is het duidelijk dat de Mannheimers aan de voet hebben gestaan van wat nu als de klassieke stijl wordt gezien.
Programme
Franz Xaver Richter (1709-1789)
String quartet opus 5/2 in B-flat major (1757)
Poco Allegretto, Poco Andante, Fugato
Christian Cannabich (1731-1798)
String quartet opus 5/2 in e minor (1773)
Andante moderato, Allegro
Anton Stamitz (1750-? (between 1796/1809)
String quartet book 8/5 in B-flat major (published between 1782 and 1786)
Allegro, Rondo
Peter (von) Winter (1754-1825)
Book 3/2 in re minore, ca. 1800
Largo, Tempo di Menuetto Majore, Rondo Finale Allegro
Ferdinand Fränzl (1767-1833)
String quartet opus 1/6 in D major (1790)
Allegro con brio, Andante un poco Adagio, Rondò scherzando
In copisteria del Conte
‘In Copisteria del Conte’ is een opnameproject geboren uit twee behoeften: de eerste is het aan het licht brengen van muziek die bijna onbekend is in de oren van vandaag, terwijl de tweede is het vertellen van de muzikale gisting van een stad van Europees belang, zoals Genua, in de tweede helft van de 18e eeuw, door middel van de productie verzameld en getranscribeerd door de vurige activiteit van de belangrijkste copyshop in het gebied in die tijd. Het Gut String Quartet maakte hier deel van uit door twee kwartetten op te nemen die aan Pietro Nardini werden toegeschreven door graaf Taccoli, de eigenaar van de kopieerwinkel.